Zorgkrediet

Na de kerstvakantie ging mijn zorgkrediet in. Dat betekent dat ik verlof nam op mijn school. Ik ben nu ongeveer halverwege -na de paasvakantie start ik weer- en dat lijkt mij ’t goeie moment om er eens iets over te schrijven. Zorgkrediet is een onbezoldigd verlofstelsel (je krijgt wel een soort vergoeding, bij mij bedraagt die een kleine 300 euro) waarin je gedurende maximum 18 maanden voltijds loopbaanonderbreking kan nemen om te zorgen voor een kind jonger dan 12, voor een ziek familielid, voor een palliatieve ouder of voor een kind met een handicap. In dit lijstje ontbreekt de persoon voor wie ik dit zorgkrediet eigenlijk opnam: ikzelf.

In november begon ik mij moe te voelen. Vaak prikkelbaar en gestrest. Fragiel. Ik huilde, liep dagelijks rond met een grieperig gevoel en hoofdpijn en kreeg om de haverklap pijnlijke borstontstekingen. Mijn haar is altijd al dun geweest, maar nu viel het uit en mijn broeken vielen bijna van mijn billen. Mijn lijf riep langs alle kanten: er loopt iets mis. En ’t was ook niet alleen bij mij: mijn kinderen werden ziek en zagen er ongelukkig uit, Ismaël en ik verzonken in bodemloze discussies. Allemaal de put in dus.

De huisarts nam bloed en vond rare waarden die ervoor zorgden dat ik in een medische mallemolen terecht kwam. Nog meer bloedonderzoeken bij allerlei specialisten, coloscopie, gastroscopie, CT-scan, echo’s, NMR’s. Ik kreeg daar nog meer stress van. Uit al die onderzoeken kwam niets en ik liet dat achter mij. Ik kon gelukkig terecht bij de homeopaat waar Moser gaat en zij hielp me door dat circus. (Wacht, belangrijke nuance: ik schat de klassieke geneeskunde ABSOLUUT naar waarde en ik wil niet wijsneuzig doen over hun kennis en kunde. Maar dit was niet wat ik nodig had.)

Vlak na die onderzoeken ging mijn zorgkrediet in.

De goeie beslissing.

En hoewel mijn agenda soms nog zo vol lijkt te staan, draait de wereld toch iets minder snel. Mijn grieperig gevoel is weg. Ik zal nooit een dikke haardos hebben, maar er liggen geen plukken meer in bad. Ik ben nog mager, maar ik val niet meer af. Ik kan terug yogalessen en massages geven, niet elke dag, maar toch al elke week (tijdens je zorgkrediet kan je gedurende 12 maanden je bijberoep behouden). Ik kan eens een babbeltje doen met Mosers onthaalmama als ik hem afzet ’s ochtends. Ik kan in een normaal tempo naar de Bioplanet gaan in plaats van raprap tijdens mijn middagpauze. Ik kan eens mee als hulpmama wanneer Jul op uitstap gaat met zijn klas. Ik kan zelf zorgen voor Moser als hij windpokken heeft en niet naar de opvang mag. Ik kan weer naar de gynaecoloog en naar de tandarts. Ik kan weer een baddeke nemen in plaats van een kattenwasje aan de lavabo. Ik heb weer meer energie en ik moet niet om 20u mijn bed inkruipen. Ik doe wel nog dagelijks een dutje: da’s dan niet altijd met slapen, maar ik moet toch precies een half uurke in een donkere, stille kamer kunnen liggen om te ontprikkelen ofzo. Mijn kinderen zijn ook weer oké: niet meer ziek, blij, veel lachen en onnozel doen. Op hun gemakske. Oef.

Er kunnen nog veel dingen beter. Ik zou mijn iPhone vaker uit moeten zetten. Ik zou nog vaker de natuur moeten opzoeken. Ik zou minder moeten denken dat het aan mij is om én de klimaatverandering, én de oorlog in Jemen, én de hongersnood én de dierenmishandeling in slachthuizen, én de overconsumptie (én stress, én levensbedreigende ziekten, én …) de wereld uit te helpen. Ik zou meer tijd moeten spenderen met mijn oma. Ik zou de boeken moeten lezen die ik leen van Charlotte. En ik zou misschien ook beter stoppen met op te lijsten wat ik nog allemaal moet J

Maar bon: het komt dus wel weer goed. Ik twijfel geen seconde aan het nut van dit zorgkrediet. Ik twijfel wél over welk besluit ik nu over dit topic (noem het een crashke, noem het een pauze, noem het een burn-out) moet nemen. Ik hou het bij deze twee:

1. Ik mag mijn pollekes kussen dat het leven mij nu ‘dit’ gaf in plaats van iets veel ergers. Er zijn vrouwen rond mij die ik graag zie en die helaas voor iets veel moeilijkers staan. (Lieve vriendinnen, ik denk elke dag aan jullie!)

2. Ik vind het triest te zien dat niet enkel ik ‘dit’ meemaak. Overal vallen vrouwen (meestal mama’s) uit omdat de klok te snel tikt/de wereld te hard draait/de ratrace te vermoeiend is. Hoe lossen we dit structureel op?

Tot slot een dikke bravo voor iedereen die z’n bordjes wél allemaal in de lucht kan houden. Jullie zijn sterk en ik bewonder jullie. En ook een dikke bravo voor iedereen die z’n bordjes liet vallen. Jullie zijn sterk en ik bewonder jullie.

Advertisements

Moser blogt

De laatste weken is het hier drukker dan anders. Terwijl ik tot nu toe zo goed als elke dag bij mama bleef, word ik nu vaak afgezet bij 1 van mijn oma’s. Ik denk dat dat betekent dat mama terug beginnen werken is.

Ze is wat meer gespannen, merk ik, maar dat kan ook wel te maken hebben met de verhuis die dichterbij komt. Ik heb het hier in Londerzeel naar mijn zin, maar als ik langsga in het nieuwe huis wanneer ze daar aan het klussen zijn, lijkt het mij daar ook wel plezant. Er is een leuke tuin met enkele grote bomen, veel ramen en licht, maar ik vind het vooral tof dat we maar op 100 meter van Gustje wonen. Gust is mijn neefje, hij is maar 3 maanden jonger dan ik en we zijn dikke vrienden aan het worden.
De spanning die ik soms voel bij mama, voel ik ook bij papa. En tegen elkaar zijn ze ook niet altijd even lief. Ze vertellen me wel vaak dat zij voor altijd samen voor mij zullen zorgen, dus ik ben niet echt bang dat ze zullen scheiden. Dat woord leerde ik van mijn broer en zussen.

Soms begrijp ik niet altijd waar Lily, Jul en Nim naartoe gaan. Ik hoor hen praten over een andere mama en papa, over andere huizen en over opa’s en oma’s die ik niet ken. Als ze weg zijn, is het hier stil. Als ze thuis zijn, is het hier een kiekenkot. Mijn zussen discussiëren erop los en mijn broer zingt de hele tijd van Despacito. Hij speelt dan met die kleine mannekes waar ik nog niet mag aankomen. Lego, noemt hij dat. Ze lijken mij gewoon heel lekker.

Soms zit ik in mijn eetstoel en dan observeer ik dat gezin van mij. Wat een bende. Ik merk dat iedereen nog steeds zijn plek aan het zoeken is. Soms letterlijk, want Nim en Lily willen vaak allebei op de roze stoel zitten. Mama en papa moeten toch regelmatig bemiddelen.

Ik voel soms frustratie en verdriet en onrust. Bij iedereen. Maar er wordt ook gelachen. En gedanst en gezongen. En worden stemmen en dialecten geïmiteerd. Er worden knuffels en kussen gegeven. Er worden voetjes gemasseerd. Er worden verhalen voorgelezen. Er wordt gepraat en er wordt goedgemaakt. Er wordt altijd met een propere lei begonnen. En ik word élke avond in bed gelegd door zachte lippen, warme handen en volle harten.

Het nieuwe huis

Enkele dagen na mijn post over huizen kopen en verkopen, liep er een mail van Ella binnen. Toen ik haar naam op mijn scherm zag verschijnen, werd ik meteen terug in de tijd gekatapulteerd want Ella was 1 van mijn babysitkindjes toen ik een tiener was. Ella vertelde me dat het huis van haar ouders – waar ik dus al die jaren op haar en haar broertjes en zusje had gepast – binnenkort te koop zou komen staan. Ze had onze checklist gelezen en ze dacht dat hun huis misschien wel iets voor ons kon zijn. Wij dus naar daar. Ella, intussen ietsje ouder maar met nog steeds dezelfde pretoogjes en rode wangen, en haar papa, mijn werkgever van weleer, leidden ons rond. Toen Ismaël en ik bij het buitengaan blikken uitwisselden, dachten wij allebei: hier willen wij wonen! Ella had gelijk, hun huis voldeed aan alle criteria: 5 slaapkamers, bad- én douchekamer, mooie tuin, grote praktijkruimte, veel licht, niet te clean en toch heel net en degelijk, binnen budget, ideale ligging. Maar bovenal: ne flash. Ne coup de foudre. Ne klik.

Heel anders dan de andere huizen die we bezochten. Overal was er wel iets waardoor we afhaakten. Een tuin vol schaduw, te grote renovatiewerken, te weinig slaapkamers, vochtplekken, noem maar op. En er waren ook wel huizen die ons charmeerden en waarbij we voor een tweede bezoek gingen, maar wat waren we achteraf blij dat we geen van hen kochten. En vooral: wat waren wij blij dat Ella dat postje had gelezen én ons had gemaild.

We deden een bod, vanochtend tekenden we het compromis en in de grote vakantie verhuizen we.

Aardbeien plukken in de tuin en ze opeten op het terras, kindjes in het bad stoppen dat uitkijkt op de kerk, TV kijken met de avondzon op onze snoet, op de trampoline springen met het gebots van tennisballen als achtergrondmuziek, verhalen voorlezen op de houten vloer, vermoeide kindjes ’s avonds de grote draaitrap opdragen. Ik heb mooie herinneringen aan dat huis en ik kan niet wachten om ze opnieuw te beleven. Deze keer zonder Ella, Dries, Rob en Stina, maar met Lily, Jul, Nim en Moser.

Vaarwel Londerzeel. Hallooooooo Strombeek!

Portemonnee

Onlangs kwam HLN eens neuzen in onze portemonnee. Ik heb geen geheimen dus ik vond dat oké. Bovendien liet het ons eens langer dan anders stilstaan bij hoe wij dat hier financieel aanpakken. En hoewel wij vrij concrete afspraken hebben gemaakt omtrent geld, zijn er evengoed momenten waarop we denken: ‘Oei, is dit eerlijk?’, ‘Zeg, het moet toch niet allemaal té afgemeten zijn!’ of ‘Hmm, hier moeten we nog eens een nachtje over slapen!’.

Toen we nog maar net een koppel waren, hadden we uiteraard nog geen gemeenschappelijke rekening. We splitsten onze restaurantrekening in twee of de ene trakteerde de andere en omgekeerd. Op een bepaald moment begonnen we meer uitstapjes te maken met onze kinderen erbij en dan wrong die 50/50 regeling soms. Want moest ik de helft van Nims cinematicket betalen als we met ons drietjes naar de cinema gingen? Of moest Ismaël de helft betalen als we met Lily en Jul een pizza gingen eten? Neen, vonden wij. Dus we hielden alles bij in ons notitie-appje en zo nu en dan berekenden we wie wat moest aan wie. Dat werkte een tijdje, maar het werd uiteindelijk toch een gedoe. Altijd alles bijhouden is vermoeiend en bovendien leken we soms meer op zakenpartners dan op een koppel. En toen kwam dus de gemeenschappelijke rekening: een verademing. Hierop storten we regelmatig een bedrag (soms is dat elk 250 euro, soms iets meer) en er wordt ook het kindergeld voor Moser op gestort. Die gemeenschappelijke rekening gebruiken we voor de boodschappen, elektriciteit, water en sinds kort dus ook voor alles wat Moser aangaat. De grote kosten voor de kinderen (die meestal ook nog voor de helft betaald worden door onze exen) houden we wel nog altijd apart, dat betaalt elk van zijn eigen rekening voor zijn eigen kinderen. Ik heb het dan over hobby’s, kledij, opvang, cadeautjes en grote uitstappen. Als ik met mijn kinderen naar Technopolis ga, betaal ik dat. Als Ismaël met Nim naar de binnenspeeltuin gaat, is dat voor zijn rekening. Eigenlijk werkt dat wel zo voor ons. Niet té afgemeten, maar ook wel eerlijk. En waarschijnlijk zal het in de toekomst hoe langer hoe minder nauw steken allemaal, er zal misschien meer en meer met 1 pot gewerkt worden. Maar die eigen rekeningen zullen er, omwille van eigen kinderen, pluskinderen én een gemeenschappelijk kindje, altijd wel blijven. Ik vraag me soms af hoe andere samengestelde gezinnen dat doen. Maken zij ook duidelijke afspraken? Of gaan ze qua geld gewoon mee met de ‘flow’? 

Onze allergrootste gemeenschappelijke kost moet er eigenlijk nog aankomen: een huis van ons samen. Dan zullen we niet meer toekomen met onze 250 euro per maand. We kijken daar enorm naar uit: een huis om samen te bekostigen en om samen in te groeien. Héél misschien hebben we ons oog al laten vallen op een nieuw nestje… Keep you posted 😉

Lentel x

(Foto: Carline Vandercruyssen)

Huis te koop

Mijn huis staat te koop. Het huis dat mee vierde en mee huilde. Het is tijd voor een nieuw verhaal: een nieuw huis. Eentje dat van ons allemaal is en waar we allemaal evenveel thuis zijn.

Mijn huis zag mensen (en dieren) komen en gaan. In 2012 kwam hier een gezin wonen. Twee jaar later stapte er een man met zijn hond buiten, een jaar geleden stapte er een man met zijn dochtertje binnen. En recent vulde een lieve baby het laatste vrije bed.

De zoektocht naar een nieuwe stek is begonnen. Als een vrij groot -maar vooral nieuw samengesteld- gezin stellen we iets meer en iets andere eisen. We hoeven geen kasteel, maar we willen toch voldoende ruimte. Een eigen kamer voor elk kind is een must. Nu slapen ze nog graag samen, maar vroeg of laat komt ongetwijfeld de vraag naar een eigen plekje. Twee badkamers of een extra douchekamer zou ook handig zijn. Als een puberende Lily later niet graag met haar pluspapa voor de spiegel wilt staan, zou ik dat volledig snappen. Met twee badkamers omzeilen we dat probleem en kunnen we later de verdeling kids/ouders of jongens/meisjes maken. Verder zoeken we een toffe tuin, onderhoudsvriendelijk en goed georiënteerd. Liefst omgeven door wat groen en tegelijk in een gezellige wijk. En hoewel we heel vaak worden gecharmeerd door oude huizen, willen we ons niet aan verbouwen wagen. We komen nu al amper toe aan de kleine klusjes, dus grote werken zouden zeker blijven liggen. Bovendien tikt de klok. Als mijn huis verkocht is, moeten we vrij snel in een nieuwe woning kunnen trekken. Tijd voor een totaalrenovatie is er dus niet.  We willen ook graag een huis waarin Londerlelie -mijn yoga-en massagezaak- verder kan blijven bestaan. Een extra kamer of een ruim bureau zou al voldoende zijn. En waar we vooral mee worstelen, is de locatie: er zijn de andere mama en papa waarmee we rekening moeten houden, de verschillende scholen van de kinderen, onze jobs, het klantenbestand dat ik opbouwde en de woonplaats van (plus)grootouders die zorgen voor de opvang van de kinderen. Onze zoekterm is in elk geval Grimbergen en omstreken.

Alles bij elkaar dus gene gemakkelijke, maar ook niet onmogelijk natuurlijk. We houden vanaf nu onze ogen en oren (en onze Immoweb app) open.

Mijn huis staat dus te koop. En wij zoeken een nieuw. Eentje dat mee huilt en mee viert. Maar vooral… eentje van ons allemaal!

Lentel x

Kerstvakantie

Ho Ho Hoor ik daar het gejoel van vier uitbundige kindjes? Neen, want dit jaar vieren wij kerstavond en petit comité, het is te zeggen: papa, mama, baby. Lily en Jul zijn een weekendje bij hun papa en Nim viert bij haar mama. Zelfs Basil, onze Amerikaanse Cocker, is op logement bij zijn lieve pleegfamilie.

Het is de eerste keer dat ik op 24 december niet bij mijn kinderen ben. Dat voelt een klein beetje raar, maar ik vind het oke. Het zorgt ervoor dat we op het kerstfeest – dat we vieren bij mijn zeer uitgebreide schoonfamilie – enkel rekening moeten houden met Moser. De stilte in de auto, enkel onze eigen kroketten snijden, Nederlands praten met elkaar en geen Frans of Engels, geen billekes afkuisen op toilet, niet bemiddelen over wie naast wie zit, geen stress als het laat wordt ‘s avonds. Toen ik nog maar net gescheiden was, kon ik dit nog niet zeggen, maar nu wel: dat doet écht eens deugd.

Morgen is het wel full house, dan vieren we allemaal samen bij mijn ouders. Mijn zus werd pas mama dus mijn kroost wordt daar voor het eerst aangevuld met wat extra baby. Gezellig. Druk ook. Niet meer of minder leuk, gewoon heel anders.

De regelingen voor Kerst waren rap geklonken. Nieuwjaar was andere koek. Eigenlijk waren we uitgenodigd bij vrienden, maar toen we hen er op wezen dat we met een half dozijn zouden komen, werd de uitnodiging voorzichtig ingetrokken. Wij begrepen dat helemaal. Echt. Ik had zelf ook nog niet veel zin om veel mensen tegelijk over de vloer te krijgen. Maar alleen het nieuwe jaar inzetten, vonden we toch ook wat zielig, dus we deden een kleine rondvraag en daarbij kwamen we uit op mijn zus, haar vriend en hun baby. Uiteindelijk zullen we samen een huisje huren in de Ardennen en daar nieuwjaar vieren. Dus dat wordt het: 1 chalet, 2 baby’s, 3 kinderen en 4 grote mensen. En propvolle auto’s, dat vooral.

De dagen voor oudjaar zijn alle kinderen thuis, de dagen erna zijn ze weer weg. En zo is het altijd weer een knop omdraaien. Van een huis vol leven, naar een stil nestje. Of omgekeerd. De samenstelling van ons gezin is voortdurend anders. Soms is dat verfrissend, soms drukt het ons met onze neus op de feiten. Serieus wat geblender dus de komende twee weken. En zo Ho Ho Hollen wij nu eens met z’n drietjes, dan weer met z’n zessen en soms eens met z’n vieren of vijven het nieuwe jaar tegemoet.

Lentel x

Sint

Hoewel we hier sinds enkele dagen met een non-believer zitten – Lily ontdekte Het Grote Geheim via een vriendinnetje- , is de Sint ons huisje ook dit jaar niet zomaar voorbij gereden.

Aangezien we nog niet zo heel lang onder één dak wonen, is dit de eerste keer dat de goede man voor al onze kindjes samen geschenkjes bracht en dat vroeg om goeie afspraken.

Gelukkig zijn we allebei van het ‘less is more’ principe dus elkaar intomen was alvast niet aan de orde. Bovendien is de speelzolder sinds we samenwonen nog voller dan voordien. We wilden dus geen geld geven aan brol, wel aan duurzaam speelgoed. En met twee jongens en twee meisjes leek het ons handig zo unisex mogelijk te kopen. En we willen jaloezie vermijden door iedereen even veel te geven. Tot daar ons verlanglijstje. Wat vroegen de kinderen? De foto’s op hun brieven spraken voor zich: plastic speelgoed, felgekleurde hebbedingen, Legoboten van 130 euro en een échte naaimachine zonder draad. Ons lijstje, hun lijstje: niet de beste match.

We legden hen daarom uit dat de Sint en wij dit jaar onder één hoedje spelen: hij zou enkel dingen mogen brengen die wij ook oké vinden. We gebruikten argumenten op kindermaat en eigenlijk waren ze vrij snel akkoord.

Vanochtend (de Sint wilde met plezier leveren op deze niet zo fancy dag, want het was helaas de enige ochtend waarop alle kids hier samen waren) stond hier een Wobbelboard te glanzen – we kozen eentje zonder vilt dus je kan dat letterlijk nemen – met daarop 3 kleine Legosetjes. Door de vele mandarijnen en genoeg chocolade leek de living goed vol. Bovendien is het bij ons traditie dat de Pieten gekke dingen doen in huis: dit jaar zetten ze Fabiola ondersteboven en verkleedden ze het hert aan de muur in piraat. Dat vonden ze supergrappig dus wij hadden hier blije kindjes. De non-believer en de baby (die ocharme enkel een stukje wobbelboard kreeg) incluis.

Lentel x